Otto B. de Kat (1907-1995)

RKD STUDIES

1.2 Nieuws van de Stichting


Kunstschilder Dirk van Gulik (Wageningen, 29 september 1904 - 17 augustus 1982, Amsterdam) was in alle opzichten eigen; hij trok zich weinig aan van sociale mores en ging ook in artistieke zin zijn eigen weg. Dit heeft geresulteerd in een oeuvre dat niet direct in een stroming of stijl onder te brengen valt. Van Gulik maakte diverse Amsterdamse stadsgezichten, landschappen in Nederland, Frankrijk, Spanje en zelfs Curaçao en maakte daarnaast enkele portretten en stillevens.
Hij studeerde in Antwerpen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en vestigde zich in de jaren dertig in Amsterdam. Hij was lid van kunstenaarscollectieven zoals de Hollandse Aquarellistenkring en Arti et Amicitiae en werd door collega kunstenaars zeer gewaardeerd. Dit uitte zich onder andere in de toekenning van de Arti medaille (1957) en de Jeanne Oosting prijs (1973).
Bij het grote publiek is Van Gulik niet heel erg bekend geworden, maar bij verzamelaars was zijn werk geliefd. Verzamelaarsechtpaar Maarten van Bommel en Reina van Dam van het gelijknamige museum in Venlo kocht zijn werk regelmatig aan en ook in de kerncollectie van museum Henriette Polak bevindt zich werk van Van Gulik, alsmede in de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Nelleke van Zeeland werkt op verzoek van Stichting Otto B. de Kat aan een publicatie over het leven en werk van Dirk van Gulik, die eind 2025 zal verschijnen. Tegelijkertijd zal in museum Henriette Polak te Zutphen een tentoonstelling van zijn werk te zien zijn.

#

Dirk van Gulik, Landschap Curacao, 1957; Museum Henriette Polak


Jan van Heel (Rotterdam, 27 juli 1898 – Den Haag, 5 oktober 1990)
Jan van Heel werd in 1898 geboren in Rotterdam. In die stad behaalde hij in 1925 aan de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen de akte Tekenen M.O. Een jaar later werd hij aangesteld als tekenleraar in Den Haag. Zijn hele werkzame leven zou hij op verschillende Haagse onderwijsinstellingen tekenles geven. Als autonoom kunstenaar was hij jarenlang lid van De Haagse Kunstkring en Pulchri Studio. Daarnaast was hij nauw betrokken bij de oprichting van De Werkers (1928), De Groep (1936), Verve ( 1951) en Fugare (1960). Als bestuurder was Van Heel zeer actief als adviseur, commissaris, jurylid en aanjager. Werk en leven raakten zo met Den Haag verweven dat Jan van Heel wordt gerekend tot de zogenoemde Nieuwe Haagse School. Veel voorkomende onderwerpen zijn de clown en het stadsgezicht, met name van Parijs, geschilderd in gouache of olieverf. Vanaf midden jaren vijftig reisde hij veelvuldig naar Spanje en Noord-Italië, waar hij zich liet inspireren door het ruige landschap, dat met sterk geabstraheerde vormen in aardkleuren werd vastgelegd. Behalve in talloze privéverzamelingen in binnen- en buitenland is werk van Van Heel vertegenwoordigd in belangrijke museale collecties in Nederland, waaronder die van het Stedelijk Museum in Amsterdam, het Van Abbemuseum in Eindhoven, Museum Maassluis,  Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam en Kunstmuseum Den Haag.
Kunsthistoricus en tentoonstellingsmaker Feico Hoekstra werkt in opdracht van de Stichting Otto B. de Kat aan een monografie over Jan van Heel. Feico heeft tal van kunsthistorische publicaties op zijn naam staan en was voor de Stichting betrokken bij onder meer de monografieën over de schilder Theo Kurpershoek en beeldhouwer Paul Grégoire. Boek en tentoonstelling staan gepland voor 2025.

#

Jan van Heel (1898-1990)
Kuststrook 1967, olie op doek


Theresia van der Pant
Een monografie over Theresia van der Pant in de reeks van het Sculptuur Instituut, gelieerd aan museum Beelden aan Zee is in ontwikkeling. De auteurs zijn Joost Bergnan, Judith van Beukering en Floris van der Pant. De eindredacteur is Feico Hoekstra. Een tentoonstelling met werk van Van der Pant in museum Beelden aan Zee staat gepland voor 2025.

#

Theresia van der Pant, Uilbeeld II 1989, brons