2.3 De latere jaren
Vanaf het moment dat De Kat zijn ambt aan de Rijksakademie had aanvaard, verslechterde zijn huwelijk met Hans van Zijl. Kort nadat het paar besloot uit elkaar te gaan, overleed zijn vrouw onverwachts in 1963. Een jaar later trad hij in het huwelijk met de Deense textielkunstenares Dora de Kat-Dahl Madsen (1913-2008), die in Amsterdam woonde en werkte. Ook De Kat verhuisde naar de hoofdstad, waar het echtpaar tot 1992 gevestigd zou blijven. Hij bleef tot 1972 als hoogleraar schilderkunst verbonden aan de Rijksakademie, waarna zij deels in Frankrijk gingen wonen.
Het echtpaar kocht een grote boerderij in Saint-Hippolyte als tweede huis. Het liefelijke, heuvelachtige landschap in de Auvergne inspireerde De Kat tot vele schilderijen en tekeningen. Hij stileerde en abstraheerde het landschap in dit werk tot patronen van lijnen en kleuren, die met een opvallend gemak leken geschilderd. Met tegenzin moest hij dit zomerhuis verlaten nadat hij in 1977 door een hersenbloeding was getroffen. Zij verruilden het idyllisch gelegen, maar moeilijk te bereiken huis voor een oude boerderij in het dorp Le Grand Pressigny in de omgeving van de Touraine.
Hoewel De Kat in deze periode zeer actief was, kon de streek hem minder bekoren. Het echtpaar besloot de Franse boerderij in te ruilen voor een ruim buitenhuis in het Noord-Hollandse Twisk. De landschappen die De Kat in dit gebied vervaardigde, behoren tot de meest evocatieve uit zijn carrière. In deze schilderijen verwerkte hij de visuele waarneming van het polderlandschap, met zijn lage horizon en immense luchten, tot uitgewogen composities die in hun opbouw nog het meest aan het werk van De Staël doen denken. Hoewel hij in deze serie landschappen de volmaakte abstractie benaderde, bleef hij uiteindelijk trouw aan de figuratie, die voor hem altijd als uitgangspunt had gediend.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat De Kat in 1975 betrokken was bij de oprichting en collectievorming van het Museum Henriëtte Polak in Zutphen. Het museum had van meet af aan de intentie om de moderne figuratieve kunst in Nederland te promoten. Het werk van De Kat, een van de belangrijkste pleitbezorgers van de figuratieve kunst, sluit goed aan bij de visie van het museum. Samen met het Frans Hals Museum bezit het de grootste openbare collectie schilderijen van De Kat.
Het echtpaar De Kat besloot in 1992 Amsterdam te verlaten en naar Laren te verhuizen. De Kat bleef er tot het eind van zijn leven wonen en, voor zover zijn verzwakte gezondheid het toeliet, werken. Hij voelde echter dat zijn afscheid naderde en trof de nodige maatregelen om zijn nalatenschap goed te regelen. Ook maakte hij een begin met de opruiming van zijn verzamelingen en persoonlijke archieven. Hij schonk in 1994 een deel van zijn archief, bestaande uit correspondentie, aantekeningen, foto’s en eigen geschriften aan het RKD. Op 30 april 1995 overleed hij in het Rosa Spierhuis te Laren. In het daaropvolgende jaar richtte zijn weduwe Dora de Kat de Stichting Otto B. de Kat op, die zijn artistieke erfenis beheert.

Otto B. de Kat
Spoorbrug Haarlemmerplein te Amsterdam, 1974 gedateerd
Private collection

Otto B. de Kat
Landschap Touraine, 1987 gedateerd
Private collection

Otto B. de Kat
Landschap W.Friesland - Oct. 1991, 1991 gedateerd
Private collection

Otto B. de Kat
Stilleven met roosjes, 1982 gedateerd
Private collection