2. De kunstenaar
Otto Boudewijn de Kat werd op 7 juni 1907 geboren te Dordrecht. Het geslacht De Kat behoorde sinds de achttiende eeuw tot de gegoede burgerij en had fortuin verworven in het bankiersbedrijf. Na het faillissement van het familiebedrijf verhuisde het gezin De Kat in 1909 naar Haarlem. Over de jeugdjaren van Otto B. de Kat is niet veel bekend. In 1920 meldde hij zich aan bij de School voor Bouwkunde, Versierende Kunsten en Kunstambachten in Haarlem, een opleiding gericht op praktische uitvoering van het kunstambacht. Hij werd leerling van de afdeling Decoratie Vakken om later over te stappen naar Bouwkunde. Hierna ging hij als bouwkundig tekenaar aan het werk bij een Amsterdams architectenbureau. Tegelijkertijd volgde hij gedurende enige maanden avondlessen aan de Rijksakademie, waar hij in aanraking kwam met de vrije kunsten. Mogelijk was zijn verblijf in Parijs in 1928 van doorslaggevende betekenis voor zijn verdere carrière. Hier volgde hij lessen aan een van de vele académies libres en schilderde er zijn eerste landschappen en stillevens.

Otto B. de Kat
Gladiolen met zelfportret, 1929 gedateerd
Haarlem, Frans Hals Museum, inv./cat.nr. msch 97-173